Ontwerpen voor ontmoeting

Betekenisvolle ontmoetingen komen niet zomaar tot stand. Om ervoor open te staan moet je je ergens ‘thuis’ voelen. Maar een plek die bij de één dit thuisgevoel oproept, hoeft dat voor een ander niet te doen. En sterker: waar één groep zich te veel thuis voelt of een plek te veel tot eigen thuis maakt, kan dat het thuisgevoel van anderen juist verminderen. Contact leggen met anderen of onbekenden kan sowieso spannend zijn. Hoe kunnen ruimtelijk ontwerp, architectuur en kunst sociaal contact faciliteren?

Beeldend essay

Ontmoeting als ontwerpopgave

Ruimtelijke plannen richten zich vaak op de behoeften van groepen van bewoners in een wijk: een speeltuin voor de kinderen, een voetbalveld voor jongeren, bankjes voor ouderen. Maar kun je ook ruimte maken voor ontmoeting tussen deze doelgroepen, in plaats van enkel voor deze groepen? We vroegen het toonaangevende creatieve professionals die in Nederland actief zijn op dit vlak. In hun ontwerppraktijken activeren ze bij uitstek het publieke domein: de interactie tussen mensen die (nog) vreemden voor elkaar zijn. We delen de inzichten van deze experts aan de hand van inspirerende voorbeelden. Wat als we het creëren van ruimte voor ontmoeting – net als deze creatieve professionals – zien als een ontwerpopgave?

De volgende makers hebben hieraan bijgedragen:

  • Hiphop Futurist Malique Mohamud
  • Theatermaker Tamara Schoppert
  • Beeldend kunstenaar Inti Hernandez
  • Social designer Jaap Warmenhoven
  • Social designer Marjolein Vermeulen
  • Social designers en kunstenaarsduo Sjaak Langenberg en Rosé de Beer
  • Beeldende kunst en ontwerp collectief Cascoland
  • Stadsgeograaf Rinke Vreeke
  • Social Designer Manon van Hoeckel

Inleiding: ‘Ontmoetingen zijn levenslessen.’

‘Helaas worden spontane ontmoetingen met vreemden steeds schaarser’, vindt Manon van Hoeckel. ‘We winkelen meer online. Als je toch zelf naar de supermarkt gaat, blijkt de kassamedewerker te zijn vervangen door zelfscankassa’s. Ook benzine pin je aan de pomp, er hoeft geen menselijke ontmoeting meer aan te pas te komen.’ Vanuit bedrijfseconomisch perspectief is menselijke interactie kostbaar en onnodig inefficiënt. Ook in het openbaar vervoer is de kans op een praatje met een onbekende erg klein geworden. Ontmoetingen vinden steeds meer online plaats. Maar het effect van de algoritmen van sociale media is dat we in bubbels van gelijkgestemden terechtkomen. Het internet had ooit de belofte in zich van ongekende mogelijkheden voor ontmoeting, onafhankelijk van tijd en plaats.

Maar het heeft soms juist geleid tot een verarming van het publieke leven in onze directe leefomgeving. We zoeken steeds meer het contact met gelijkgestemden op, en steeds minder met de ander die een vreemde voor ons is. ‘Ontmoetingen die online gemaakt worden, zijn meestal het gevolg van doelbewuste keuzes. Het ontmoeten van vreemden is lastig. Hoe meer de ander verschilt van jou, hoe enger het is. De meeste mensen zijn geneigd dit uit de weg te gaan’, zegt Manon. We lijken de kunst van de omgang met het onbekende te verleren. ‘Ontmoetingen met vreemden zijn per definitie oncomfortabel. Je zult buiten je comfortzone moeten gaan’, zegt beeldend kunstenaar Inti Hernandez, die een prachtig portfolio heeft met ‘spaces for encounters’. Hij laat zelfgemaakte ijsklontjes zien in de vorm van de woorden ‘friend’ en ‘enemy’. ‘Zij creëren ook een ontmoetingsplek’, zo legt hij uit. ‘In jouw drankje versmelten ze met elkaar.’

‘Het vreemde hoort bij het leven en is niet automatisch onveilig’, weten Jaap Warmenhoven en Marjolein Vermeulen. ‘Je kunt ontmoeten zien als een activiteit waarin het vreemde bekend wordt. Thuis ben je helemaal jezelf. Tijdens een ontmoeting ben je niet helemaal jezelf, dan ben je vaak de beste versie van jezelf.’ Malique Mohamud ziet samenzijn als een taal. ‘‘Het is een taal waarin mensen uit collectivistische culturen samenzijn en gastvrijheid organiseren. De ruimte die je creëert, faciliteert een bepaald soort intimiteit’. En ontmoetingen hoeven niet per se uitgebreide gesprekken te zijn. ‘Het is vaak een spel van ‘zien en gezien worden’, zeggen Sjaak Langenberg en Rosé de Beer. Het kan ook heerlijk zijn om te flirten of om gesprekken van anderen af te luisteren. Het zijn spontane momenten die zich niet goed laten regisseren. ‘Je moet openstaan voor de ander en snappen wat iemand nodig heeft’, zegt regisseur Tamara Schoppert. ‘Je wordt verrast en je doet ontdekkingen.’

Als je het leven ziet als een opleiding en anderen als docenten, dan zijn ontmoetingen de lessen. Stadsgeograaf Rinke Vreeke: ‘Juist in die ontmoetingen manifesteert zich de identiteit van een buurt, van een groep mensen, van een beweging.’

De opdracht

Creatieve professionals werken natuurlijk regelmatig in opdracht, maar doen dit alleen als ze er zelf helemaal achter staan. Heel vaak starten ze ook projecten omdat ze het zelf belangrijk vinden, zonder dat iemand daar opdracht voor geeft. Ze doen het, omdat het nodig is in de samenleving. De samenleving is daarmee feitelijk opdrachtgever. Als je het creëren van ruimte voor ontmoeting ziet als een ontwerpopgave, dan stel je je dienstbaar op aan het realiseren van die ontmoeting (en niet aan het bedrijfs-, organisatie- of je eigen belang).

Makerschap

Creatieve professionals zijn makers, er wordt doelbewust iets gecreëerd. Zij weten: alles kan ontworpen worden. Al het bestaande kan aangepast worden en iets wat er nog niet is, kan gemaakt worden. Bij samenwerking met anderen is transparant zijn over het mandaat en het bijbehorende maakproces erg belangrijk. Want dit maakt duidelijk welke keuzes gemaakt worden, wie de beslissingen neemt en dus ook wie verantwoordelijk en aanspreekbaar is. Daarbij is ongelijkheid OK. Niet iedereen heeft evenveel expertise of tijd.

Creatieve professionals zien zichzelf het beste functioneren in de rol van ‘aanjager’ (‘verkenner’, ‘opletter’, ‘inspirator’). Dat is iemand die agendeert, de regie voert en de juiste mensen verbindt. Zij zijn hierbij nadrukkelijk niet de eigenaar van het voorstel. ‘Je moet niet iets voor ze gaan bedenken en het gaan brengen’. Cruciaal is om het samen met betrokkenen te maken. Het moet gedragen worden door de gemeenschap. Zíj moeten zich maker en eigenaar van de aanpak voelen. Dat vergt van de aanjager om het werk en de eigenaarschap niet enkel voor zichzelf, maar voor een grotere groep te organiseren.

Goede aansluiting bij de bewoners in een wijk is maatwerk. Dat kan alleen door ook fysiek aanwezig te zijn. ‘Steek de handen uit de mouwen, ga dingen met bewoners proberen. En stuur niet een brief rond in een wijk waar een groot deel van de bewoners laaggeletterd is.’ Hoe je ook bijdraagt, wat je rol ook is. Wetenschapper, buurtbewoner, CEO van een bedrijf… draag bij als ‘maker’ en als ‘mens’. Mens zijn doe je niet, je bent het. Net zoals je nieuwsgierig, betrokken en kwetsbaar bent.

Materiaal en gereedschap

Als je iets gaat maken, werk je met materiaal. Wat is het materiaal waarmee je werkt als je ‘ruimte voor ontmoeting’ creëert? Dit gaat over mensen, over interacties. De materialen waar je mee werkt zijn dus ‘gedrag’ en ‘relaties’. Handelingen en interacties vinden plaats omdat ze betekenisvol zijn voor mensen. De vraag die centraal moet staan bij het ontwerpen van ‘ruimte voor ontmoeting’ is: Wat is betekenisvol voor de mensen waar je het voor doet?

Om betekenisvolle handelingen en interacties te laten plaatsvinden kan je gebruik maken van verschillende ‘gereedschappen’:

Aanleidingen (triggers)

Een openstaande brug of een andere plek waar mensen wachten, is een goede omstandigheid om ontmoetingen te laten plaatsvinden. Maar om dat ook daadwerkelijk te laten gebeuren, is er een aanleiding (trigger) nodig. Goede aanleidingen voor ontmoetingen zijn de momenten waarop er iets heel erg fout gaat. Wanneer er brand uitbreekt, de stroom uitvalt of de trein stilvalt, zoeken mensen elkaar op. En wanneer er een opvangtehuis voor drugsverslaafden in de buurt komt of industriële windturbines in de achtertuin geplaatst dreigen te worden, ontmoeten mensen elkaar vanuit een gedeeld belang en gevoel van urgentie. Een andere strategie van creatieve professionals is om de regels van hoe je je moet gedragen bewust onduidelijk te laten zijn. Door deze onduidelijkheid hebben mensen elkaar nodig en zoeken ze contact met elkaar.

Manon van Hoeckel werkte samen met wijkagent Wilco Berenschot diverse manieren uit om in contact te komen met buurtbewoners in het boek ‘Agent bijt Hond’. Eén daarvan was het te drogen hangen van het politie-uniform in de buurt.

Creatieve projecten kunnen ook functioneren als alibi’s voor sociaal contact, een aanleiding zijn om de deur uit te gaan en interactie met anderen aan te gaan. Amsterdam Bubble Challenge.

Verwachtingen

Verwachtingen zijn interessant gereedschap, vooral als je het weet in te zetten zoals Sjaak Langenberg en Rosé de Beer. Zij maken gebruik van de (ongeschreven) regels en de gedragscodes in bestaande contexten.

Gewoonten zorgen ervoor dat mensen kunnen functioneren in het dagelijks leven. Ook museumbezoekers zijn gewoontedieren. Op uitnodiging van Sjaak Langenberg & Rosé de Beer ontregelden gastsuppoosten de gedragscodes in het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch door op onorthodoxe wijze contact te leggen met bezoekers. Zo liet gastsuppoost en social designer Sanne Ree Barthels met enige regelmaat een speciaal daartoe ontworpen halsketting uit elkaar vallen. De kralen verspreidden zich over de museumvloer. Bezoekers hielpen mee met het oprapen van de kralen en raakten met haar in gesprek. En de blinde suppoost Vincent Bijlo draaide de rollen om door hulp te vragen – hij liet zich rondleiden.

Manon van Hoeckel startte het vervreemdende project De Wassalon in Museum Boijmans van Beunigen in Rotterdam. Ze bouwde een volledig werkende wasserette midden in het museum. Je vuile was diende als gratis toegangskaartje voor Boijmans van Beuningen. Zo bracht Manon 2 groepen mensen die niet snel met elkaar in contact komen bij elkaar: bezoekers van de wasserette die op hun machine wachtten konden een praatje aanknopen met de museumgasten.

Objecten

Malique Mohamud gebruik objecten om buurtbewoners te engageren bij zijn project de Niteshop. In de superdiverse stad Rotterdam komt de rijkdom van de vele culturen samen in de verzameling producten in de avondwinkel. De producten in zijn avondwinkel/tentoonstellings-/ontmoetingsruimte worden herkend, maar zijn voor de bezoekers nèt niet zoals ze gewend zijn. ‘Samen met de bezoekers zijn we de producten aan het vormgeven met sensitiviteit voor de culturele betekenis ervan. Hierin werken we met methodieken vanuit Hip-hop zoals sampling en remixing. De objecten zijn een voertuig voor ‘Intimate design’: op een gelijkwaardige en wederkerige manier ontwerpen.’

Setting

Jaap Warmenhoven en Marjolein Vermeulen creëren een spannende setting om gesprekken en activiteiten mogelijk te maken over de waarden die belangrijk zijn voor mensen in de wijk. Een setting om intimiteit en diepgang tussen bewoners en professionals te realiseren: De Nacht Club. Buurtbewoners en ambtenaren komen samen, buiten in het donker. De Nacht Club is een veilige plek om onveilige onderwerpen te bespreken. De nacht maakt iedereen gelijk. De nacht is ook een bevrijding voor de ambtenaar, die kan ontsnappen aan de orde en rolpatronen van de dag. Jaap en Marjolein ontwikkelden voor De Nacht Club een nieuw script om bestaande participatiescripts tussen gemeente en bewoners te doorbreken. De ambtenaren kunnen in De Nacht Club loskomen van hun beleidsterrein en als ‘mens’ (in plaats van als professional) aansluiten bij de belevingswereld van buurtbewoners. ‘Het opzoeken van onveiligheid helpt juist bij het ontstaan van veiligheid. Door het spannend te maken, gaan mensen zelf veiligheid creëren.’

Living Apart Together is een ontwerpend onderzoek over eenzaamheid in steden van stadslab RAUM. Rinke Vreeke heeft onderzocht hoe onder andere partners in het domein van volksgezondheid in Utrecht, zoals huisartsen, psychologen en fysio’s, zich kunnen inzetten tegen eenzaamheid in de stad. Een mooie samenwerking ontstond tussen NUT (Nieuw Utrechts Toneel) en Lister.

Lister begeleidt mensen van wie het leven (tijdelijk) ontwricht is geraakt door een psychische kwetsbaarheid. Op basis van gesprekken met bewoners bij Lister ontstond een voorstelling die in een bijzondere setting plaatsvond: Bij mensen thuis. Bij 30 huiskamers in Leidsche Rijn en Utrecht werd er aangebeld en kwam er iemand ‘Op de koffie’. Dat was bijvoorbeeld actrice Katelijne Beukema die een theatrale huiskamervertelling deed over eenzaamheid, sociale drempels en verbinding.

Jezelf

Tamara Schoppert: ‘Beweeg je letterlijk zelf door een wijk, een gemeenschap. Daag mensen uit hun talenten en (vergeten/verborgen) passies in te zetten. Ik stimuleer dat mensen er zelf echt moeite voor doen. Ik maak het persoonlijk en direct. Wees empathisch en kom ontvangend binnen. Iedereen wil dolgraag vertellen, gehoord worden en ertoe doen. Dan komen de ‘onverwachte enthousiastelingen’ bovendrijven.’ Daarop kan zij improviseren en bijsturen, waarbij ze haar opleiding als theatermaker inzet.

Under de Toer met Tamara Schoppert was één van de meest succesvolle projecten van Leeuwarden-Fryslân 2018. De ingrediënten waren simpel: een kerk, een verhaal verbonden aan die kerk, een kunstenaar, enthousiaste inwoners en verenigingen die het verhaal uit hun mienskip opnieuw tot leven brachten. In totaal maakten 31 dorpen een voorstelling binnen Under de Toer. Het bijzondere is dat in sommige gevallen letterlijk iedere dorpsbewoner meewerkte (van het spelen in het stuk, tot muziek van de fanfare, tot het maken van de kostuums, tot het oppassen op de kinderen van de mensen die moesten spelen). Het bracht hele dorpen bij elkaar, vaak ook over actuele onderwerpen. 

Beeldend kunstenaar Inti Hernandez gaat bewust ook zelf buiten zijn comfortzone. ‘Ik wil er fysiek zijn en contact met de anderen maken.’ Zo maakte hij op verschillende plekken in de publieke ruimte met een sjabloon het patroon van zijn slaapkamervloer uit zijn jeugd na. Hij nodigt en daagt mensen uit om opnieuw te heroverwegen wat logisch lijkt. ‘Mensen waarderen het dat ik het conventionele begrip van wat zinvol is reframe. Niet alleen maar nuttige dingen zijn waardevol. We zijn niet op aarde om alles te begrijpen. Dat stelt mensen gerust.’

Martijn van Osch verbaast zich erover dat ons alledaagse gedrag een opeenstapeling is van mislukte ontmoetingen. Hij zet zichzelf in om daar verandering in aan te brengen.

Potentieel

De medewerkers van Cascoland zorgen ook dat ze zich langdurig aan een wijk verbinden door er zelf te gaan wonen. ‘Dan zien mensen je ook ’s avonds en op zaterdag en zondag.’ Afgelopen jaren heeft Cascoland 3 glazen kassen in de publieke ruimte in Amsterdam West en Nieuw-West geplaatst en geprogrammeerd. ‘Probeer als mens, dus ook als ontwerper, transparant, toegankelijk, multifunctioneel, en kwetsbaar te zijn. Maak van je kwetsbaarheid je kracht. Dat laatste is een belangrijk aspect. Opdrachtgevers zijn in eerste instantie heel huiverig voor een glazen kas als publieke ontmoetingsruimte vanwege die kwetsbaarheid. Maar we hebben aangetoond dat door intensief inzetten op eigenaarschap voor de gemeenschap en de gebruikers je een sociale zekerheid kunt creëren rondom zo’n kas waardoor ze niet gevandaliseerd worden.’

In het project de Eendagszaak zette Cascoland ook in op het potentieel van de wijk. Door zich te verdiepen in de lokale cultuur kwamen ze erachter dat er bij diverse bewoners een ondernemerswens leefde. Deze bewoners kregen 1 dag per week een winkelruimte tot hun beschikking en werden ondersteund in hun ondernemerschap. Vanuit deze ‘incubator’ zijn velen doorgegroeid naar het hebben van hun eigen vaste winkel in de buurt. Het mooie hiervan is dat ze ambassadeur en een voorbeeld zijn voor anderen om hun dromen waar te maken. Deze plekken blijken naast een winkelfunctie in de wijk vooral ook de functie van ontmoetingsplek te hebben voor buurtbewoners. De buurtondernemers vormen door hun toegankelijkheid een informele zorgomgeving die bijdraagt aan een fysiek en mentaal gezondere buurt.

Parallel potentieel

Er zit veel sociale waarde op plekken of bij activiteiten waarbij ontmoeten niet de hoofdfunctie is.

In het project De Sociale Sportschool hebben Sjaak Langenberg en Rosé de Beer het populaire ‘bootcampen’ weten te gebruiken om ontmoeting tussen jongeren en ouderen uit een verzorgingstehuis te faciliteren.

Hoe maak je ruimte voor ontmoeten duurzaam?

Resultaten van gecreëerde ‘ruimte voor ontmoeting’ laten zich vooraf lastig voorspellen, maar de maatschappelijke waarde laat zich achteraf wel kennen. Zo kunnen kwaliteiten en talenten van buurtbewoners zichtbaar worden. Indicatoren die blijk van onderling vertrouwen laten zien, een gezondere leefstijl of een versterkt gevoel van collectieve identiteit kun je vaak goed aanwijzen.

De creatieve professionals zorgen ervoor dat de kennis en het eigenaarschap landt bij sleutelfiguren die lokaal betrokken blijven. ‘Dat kan een oppas-oma, kapper of buurtburgemeester zijn.’ Vaak wordt waarde uitgedrukt in geld. ‘Geld is een meetinstrument’, zegt Inti Hernandez. Maar we hebben ook een gedeeld gevoel van sociale waarde van plekken, mensen en activiteiten. Daar zouden we eigenlijk ook een meetinstrument voor moeten uitvinden. De kapper herkennen we allemaal als een plek en persoon met een hoge sociale waarde. Dat kunnen we ook expliciet in andere beroepen terug laten komen. Manon: ‘De glazenwasser kan als sociale taak krijgen om losse stoeptegels te spotten en door te geven. Het zou goed zijn wanneer net als in Frankrijk elke postbode (zeker in plattelandsgemeenten) een EHBO-cursus zou volgen. En dat iedereen ook weet dat we dat zo systemisch hebben ingeregeld. In Afrika worden oudere dames die regelmatig op bankjes in de publieke ruimten te vinden waren, opgeleid tot beginnend psycholoog. Hiermee vervullen ze een laagdrempelig aanspreekpunt voor mensen in de buurt en hebben ze de rol van doorverwijzer naar professionelere hulp. Wellicht kunnen we in NL ook nadenken over onverwachte doelgroepen die een luisterend oor kunnen bieden en een doorverwijzende functie kunnen vervullen.’

Wat nog mooier is, is wanneer de handelingen en interacties in een gezamenlijk verhaal landen. Tamara: ‘Het geeft een gevoel van verbondenheid als je een bekend verhaal hoort. Gezamenlijkheid zoek je op. Ik hoor hier bij – bij dit verhaal. De kunst is het creëren van een plek waar dat terug kan komen.’ Je wilt eigenlijk een betekenisvol narratief creëren met handelingsperspectief voor betrokkenen.

In de Karavaan van de vriendschap fietste Simon Vuyk een jaar lang elke eerste vrijdag van de maand een etappe op zijn bakfiets. Op de 60 openbare ontmoetingsplekken die hij in de 12 etappes aandeed organiseerde hij een gezellig, laagdrempelig feestje. Altijd rond het ontbijt, koffietijd, de lunch, theetijd of het avondeten. Op den duur sloten mensen zich bij hem aan. Zoals een dichter die steevast elke etappe achter de bakfiets aanfietste om mee te doen.

Een ontmoeting laat zich niet goed reproduceren. Het gebeurt op het moment, in het ‘nu’. Het is een unieke ervaring! Dat maakt het buitengewoon waardevol. Je had erbij moeten zijn…

Een voetbalclub is een mooi voorbeeld waarbij de gebeurtenissen en interacties verhalend en blijvend worden. Deze verhalen dragen allemaal bij aan de opbouw van een (club)identiteit. Deze is duurzaam: ondanks dat de spelers elk jaar veranderen, wordt de clubgeschiedenis gezamenlijk gedragen en geleefd. Huidige spelers en supporters dragen hier actief aan bij. Jeugdspelers dromen ervan om in de toekomst een hoofdrol te vervullen.

Als we het leven zien als een opleiding en anderen als docenten en de ontmoetingen de lessen. Dan zouden we zoveel mogelijk verschillende ontmoetingen actief en gericht moeten gaan verzamelen…

…net als voetbalplaatjes! Welke ontmoetingen ontbreken er nog in uw album?

Over de Sociaal Creatieve Raad en wijze van samenwerken

De Sociaal Creatieve Raad is een raad van 50 vertegenwoordigers van diverse maatschappelijke netwerken die hun krachten bundelen om samen met kunstenaars en ontwerpers onze samenleving vorm te geven. Vanuit de Sociaal Creatieve Raad werkten hieraan mee: Floris Alkemade, Gijsbert van Herk, Fenna Heyning, Jetske van Oosten en Tabo Goudswaard. ‘We hebben inzichten verzameld uit bestaande initiatieven die ruimte maken voor ontmoeting in verschillende wijken. Bij het selecteren van initiatieven hebben we ons gericht op een mix van contexten, makers en doelgroepen.’

Interview

People. Place. Purpose.

In gesprek met Francine Houben, architect en ontwerper van onder meer de Library of Birmingham, de New York Public Library en de Martin Luther King Jr. Memorial Library in Washington DC. Haar werk kleurt de publieke ruimte, maar de mens staat altijd voorop.

Hoe kunnen gebouwen mensen bij elkaar brengen?

Wat ik heb geleerd door in Engeland te werken, is dat een publiek gebouw echt voor iedereen is, a place for all. Dat denken is volgens mij nog niet overal in Nederland neergedaald. Kijk naar de door ons ontworpen bibliotheek in Birmingham, wat ik zelf een people’s palace noemde. Dat is een gebouw waarin verschillende mensen samenkomen. Niet alleen diegenen die boeken lezen. Het gaat ook om kennisontwikkeling, mensen die de Engelse taal willen leren, computerles krijgen of aan een baan geholpen willen worden. Realiseer je daarbij dat daar best wat mensen bij zijn die enige vorm van schaamte hebben. Al deze mensen moeten in de bibliotheek hun plek kunnen vinden. En iedereen moet er uiteindelijk trots op kunnen zijn: ‘dat is mijn bibliotheek’.

En hoe weet je van tevoren hoe je dat kan bereiken? Waar kijk je bijvoorbeeld naar?

Het is vooral van belang om de stad en de wijk te snappen. Voor wie doe je het? Ik probeer de stad in me op te nemen. Zo ook in Birmingham, ik ben daar veel verbleven, rond gaan lopen, gaan voelen wat er leeft. Hoe lopen mensen rond in de stad, welke loopstromen zijn er? En dan ga je reflecteren op het ontwerp voor het gebouw. Wat wil je ervaren bij het rondlopen door het gebouw? Dat gaat over de lichtinval, de sfeer die je wilt creëren, hoe kun je aansluiten bij de stad? Maar ook denk je na over andere zaken, zoals een balie. Die plaats ik nooit vooraan in een gebouw, dat voelt als een controlebalie, bijna als een post met een politieagent. De balie moet zichtbaar zijn, maar je kan eerst zelf binnenkomen. Eerst proberen zelf je weg te vinden, het zelf op te lossen en als je dan toch een vraag hebt kun je makkelijk de balie zien liggen. Ik probeer een gebouw haar elitaire karakter te ontnemen, laagdrempelig, uitnodigend.

Wat maakt dat jij dat zo scherp voelt? Betrek je daarbij ook anderen, de burger zelf?

Deels zit het in mezelf. Ik geniet ervan steden en de burgers te observeren om vervolgens te spelen, te gaan ontwerpen. Ik wil nieuwe ogen geven aan een stad. Onze ideeën worden natuurlijk gepresenteerd aan gebruikers, staf, allerlei commissies, en men waardeert het zeer dat wij ons zo in de situatie hebben verdiept; je krijgt enthousiaste reacties. We benadrukken daarbij: ‘het is niet ons gebouw, het is straks jullie gebouw’. Verder denk ik er heel simpel over. Een publiek gebouw heeft eromheen publieke ruimte nodig en moet daar ook mee verbonden worden. Bovendien wordt het met publiek geld gerealiseerd. Iemand die daar binnenkomt moet onmiddellijk voelen ‘hey, dit is voor mij gemaakt’.

Wat kan dat ruimtelijke perspectief betekenen voor hedendaagse uitdagingen in Nederland zoals vergrijzing, eenzaamheid en het tegengaan van obesitas?

Ik ben al enige tijd met Rotterdam-Zuid bezig en kreeg onlangs een rondleiding in de Tarwewijk. Ik was verbaasd. Je kan statistisch analyseren dat een wijk arm is en dat er heel veel kinderen wonen, maar je kunt dat letterlijk terugzien op straat. Het speelt zich daar in de publieke ruimte af! De openbare ruimte van Tarwewijk ziet er goed uit, daar is de laatste jaren veel aandacht aan gegeven. Maar een broodnodige wijkbibliotheek met ruimte voor het maken van huiswerk, opvang voor de thuiszitters en een goede wifi en computers vond ik er niet. Ons werd verteld dat veel goedbedoelde initiatieven klaarblijkelijk langs elkaar heen werken. Net als de verschillende bevolkingsgroepen die daar naast elkaar leven. Dat voelt onveilig en ongemakkelijk, terwijl er eigenlijk geen sprake is van onveiligheid. De hamvraag is dan: hoe doorbreek je dat?

Hoe dan?

Kijk vanuit hun perspectief naar de mensen. Wat willen zij? Dat hoeven niet perse verschillende ambtenaren voor hen te bedenken. Dan worden het misschien 2 werelden. In Rotterdam-Zuid vertrekken we vanuit het perspectief van de jonge generatie, hoe krijg je die verbonden met de rest van Rotterdam en met de wereld? Wat zijn hun dromen? De wijk is momenteel disconnected.

De wijk is ingesloten door een dijk, en dat geeft wellicht een opgesloten gevoel. In de wijk zelf is er veel werkloosheid, terwijl ze aan de andere kant van de dijk, in de havengebieden, moeite moeten doen om aan medewerkers te komen. Er zijn nieuwe parkjes en mooie openbare ruimtes aangelegd, maar een echte verbinding met de wereld buiten de wijk is er niet voldoende. Zo ontstond het idee om een 10 kilometer lang Dijkpark te maken, zodat de dijk geen scheidend element meer is, maar een verbindend element. Voor zowel de wijken als de werkgelegenheid in de havens. Goed voor de hittestress, de biodiversiteit van de stad én de gezondheid van de burgers. Dat is hoe we de ruimtelijke uitdaging kunnen gebruiken om de sociale uitdaging het hoofd te bieden.

Wat is daar, los van goede ruimtelijke ideeën, nog voor nodig?

Er is vooral leiderschap nodig. Vaak moet ik me bij projecten afvragen wie de baas is, waar het gezag ligt besloten. Helderheid over hoe de zaken lopen, is noodzakelijk. Een grondige analyse van wat het probleem écht is ook. Armoede is vaak gerelateerd aan mobiliteitsarmoede. Rotterdam-Zuid heeft geen intercitystation, te weinig metrostations en tramlijnen. Het ontbreekt aan een goed fietspadennetwerk. Er is behoefte aan een gezonde mobiliteitsvisie die Rotterdam-Zuid laat aansluiten op het Randstedelijke netwerk. Er is leiderschap nodig op bepaalde humane en tijdloze waarden.

Wat bedoel je daarmee?

In Birmingham leerde ik een oud-industrieel kennen die zich inzette voor de fondsenwerving van de bibliotheek. Een fantastische man die zich daar gepassioneerd voor inzette, en vroeger een groot bedrijf had gehad; redelijk conservatief en welgesteld. Toen ik hem vroeg waarom hij zich zo inzette voor de bibliotheek zei hij mij: ‘Het is ook een economisch belang, deze bibliotheek voor de stad. Als wij ons inzetten voor de ontwikkeling van de mensen komt dat uiteindelijk ten goede aan de stad. Als zij hun bijdrage kunnen leveren aan de samenleving, een baan vinden, dan zullen ook zij belastingbetalers worden’. Wat hij daarmee bedoelde was dat de bibliotheek voor veel mensen een plek is om te ontwikkelen en te groeien. Daarmee dient de bibliotheek naast een maatschappelijk ook een economisch doel. Denk nu aan het aantal eenzame ZZP’ers dat alsmaar groeit, een wereldwijd fenomeen. De nieuwe bibliotheek kan ook voor hen van groot belang zijn, om te ontmoeten, een toevallige opdrachtgever tegen te komen of er af te spreken, een netwerk op te bouwen.

Zijn er nog meer van zulke plekken volgens jou?

Jazeker. Kijk naar de huiskamers van de NS, een fantastisch initiatief. Daar komt veel moois samen. En laten we anticiperen op de teruggang van de retail. Veel winkels komen leeg te staan, kleinere panden, winkelstraten en winkelcentra. Welke functie kan dit straks leegstaande vastgoed maatschappelijk vervullen in de toekomst? Daar moeten we nu al over nadenken. Welke waarden kunnen zij vervullen? Daar ligt een mooie uitdaging.

Over de auteur
Interview

Zorgzaamheid in Austerlitz en Rotterdam-West

Zowel Zorgvrijstaat als Austerlitz Zorgt zijn initiatieven die ontstaan zijn bij betrokken bewoners. Hun doel is het organiseren van de zorg voor en door bewoners. Waar Zorgvrijstaat actief is in de dichtbevolkte en diverse stadswijk Rotterdam-West, richt Austerlitz Zorgt zich op het gelijknamige dorpje Austerlitz, dat ruim 1600 inwoners telt. De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving en het Atelier Rijksbouwmeester gingen in gesprek met initiatiefnemers Jan Smelik, Dennis Lohuis en Alexander Hogendoorn over hun visie op zorgzaamheid in hun uiteenlopende buurten. En wat er nodig is om dat te bereiken.

Jan, Austerlitz is een klein dorp. Je zou denken: daar is alles goed geregeld?

Jan: Eigenlijk was het uitgangspunt van het initiatief schaarste, of eigenlijk de dreiging van schaarste. Het is een klein dorp en wat betreft zorgvoorziening was er eigenlijk niets. Daarvoor moesten we naar de grotere gemeente. Dat wilden we eigenlijk niet. Dus gingen we het zelf organiseren.

Blog

Verbeelders van de publieke ruimte

Jet Bussemaker en Daan Roosegaarde beschrijven de sociale waarde van de publieke ruimte: gedeelde plekken waar we bekenden en onbekenden kunnen ontmoeten. En hoe verbeelders dit samen met burgers en beleidsmakers op een creatieve manier mogelijk kunnen maken.

Verder kijken

Dankzij het benutten van onze verbeelding kunnen we verder kijken dan bestaande kaders. Een goed voorbeeld hiervan is de door Studio Roosegaarde gelanceerde Urban Sun; een ontwerp om publieke ruimten door een nieuw veilig 222nm UV-licht (corona)virusvrijer te maken. En zo letterlijk ruimte te maken voor fysieke ontmoetingen.

Nieuw licht

Geen 1,5 meter afstand meer, geen mondkapje, maar een virusvrije zone die ontmoeting mogelijk maakt. Dat de Urban Sun geen totaaloplossing is, doet er op zich niet toe. Het toont vooral aan dat wanneer we een nieuw licht – in dit geval letterlijk – over een probleem laten schijnen, er een nieuwe verbeelde wereld tevoorschijn kan komen.

De eigen bubbel

In de publieke ruimte krijgt onze samenleving haar vorm. We ontmoeten er de ander, komen er in contact met nieuwe inzichten, culturen of gebruiken. Toch zagen we al voor corona dat we ons steeds vaker terugtrekken in de eigen bubbel. Door te grote verschillen in taal, levensstijl en culturele gewoontes kan er vervreemding optreden. Onze openheid brokkelt af, de ontmoeting met mensen die wezenlijk anders zijn, minimaliseert.

Thuiskomen

De gemeenschappelijke grond die in een samenleving nodig is om elkaar te verstaan, te begrijpen en te (h)erkennen, wordt dan te smal. Daar zit de uitdaging voor onze publieke ruimte: ze dient een plek te zijn waar (h)erkenning en verwondering samenkomen, waar je je voelt alsof je thuiskomt én aangenaam kunt worden verrast door wie en wat je er tegenkomt.

Zoektocht naar wat ons bindt

Het gaat dan over een zoektocht naar wat ons bindt, over kijken naar datgene wat verbroedert in plaats van verdeelt. Denk aan de discussies over het afsteken van vuurwerk; iets dat de afgelopen jaren steeds uitgesprokener voor én tegenstanders kent. Wat het voor de één plezierig gebruik van de publieke ruimte is, is het voor de ander hinderlijk gebruik en vervuiling van diezelfde publieke ruimte. Het debat daaromtrent polariseert, waarbij het gevoel van traditie tegenover statistieken van vervuiling en verwondingen komt te staan.

Gezamenlijke ervaringen

Waarom gebruiken we onze verbeelding niet om een nieuwe gezamenlijke traditie te zoeken? Zoals bijvoorbeeld op oudjaarsavond gezamenlijk alle lichten in het land uitdoen en sterren kijken? Zo haken we in op onze gezamenlijke menselijke ervaring ‘onder de sterren’.

Verbeelding als tegenkracht

Het bovenstaande voorbeeld klinkt zweverig, maar toch heeft een vergelijkbaar idee in het afgelopen coronajaar zijn waarde in de praktijk bewezen. Onder de noemer Connecting the Dots zweefde in Eindhoven een zee van rode lichtjes door de stad. Gemaakt door kunstenaars en scholieren, die zelf lichtjes buiten hun ramen hingen, zonder dat ze precies wisten waar het voor was: ‘Om te onthouden dat je niet alleen bent. Om te onthouden dat er altijd anderen zijn.’ Zulke voorbeelden laten zien hoe we onze leefomgeving samen actief vorm kunnen geven. Verbeelding als tegenkracht aan de groeiende angst en cynisme.

Ideeën voor de toekomst

De opgaven waar onze samenleving de komende jaren voor staat, zijn omvangrijk. Zo ook in de publieke ruimte: stedelijke verdichting, verlies aan voorzieningen, plattelandsverloedering door toenemende leegstand, ... En maar al te vaak wordt beleid top-down en planmatig ingevuld. Of blijven ontwerpers veilig in hun eigen bubbel. Met deze houding blijven we met bestaand licht op bestaande problemen schijnen, terwijl er behoefte is aan nieuw licht, zoals bij de Urban Sun. Ontwerp en verbeelding zijn niet iets elitairs. Net zoals creativiteit niet zomaar ‘nice to have’ is.

Benut onze ontwerpkracht en verbeeldingsvermogen

Nederland kent een enorm potentieel aan creatievelingen. Internationaal scoren we hoog op rankings ten aanzien van ontwerpkracht en verbeeldingsvermogen. En bijvoorbeeld ook bij WorldSkills, de wereldkampioenschappen voor beroepsvaardigheden, scoren jonge Nederlandse praktisch geschoolde vakmensen enorm hoog op improvisatietalent. Creativiteit lijkt ons menselijke kapitaal bij uitstek. Dat schreeuwt erom beter benut te worden bij de aanpak van maatschappelijke opgaven in onze publieke ruimte. Ook buiten crisistijd.

Een land van voorstellen

We zijn een land van meningen: ruim 17 miljoen mensen weten wat wel en niet goed gaat. Laat ons ons creatief kapitaal inzetten om weer een land van voorstellen te worden. Laten we durven om aan de slag te gaan met nieuwe ideeën over hoe het anders kan.

Verbeelding als raadgever

De polder is daarbij de metafoor bij uitstek. Als er iets voortkomt uit Nederlandse inventiviteit, dan zijn het onze polders: molens als hét voorbeeld van innovatie. Ze hebben ons land gemaakt tot wat het is. Toch is ‘de polder’ steeds meer komen te staan voor het tegenovergestelde: het typisch Nederlandse vergadercircuit. Niet als een plek van vernieuwing, maar als een plek van gestold wantrouwen en geïnstitutionaliseerde meningen en belangen. Tijd om dat te veranderen. Laat onze verbeelding onze raadgever zijn.

Over de auteurs
Blog

De ontmoetingsplek van de toekomst

Waar mensen samenkomen, komen niet alleen 2 of meer personen samen: werelden komen samen. De ontmoetingsplek is een verzamelpunt voor uiteenlopende ideeën, denkbeelden, verwachtingen, behoeften en wensen. Soms zijn het uitersten en soms komen we er in dialoog achter dat ze toch niet zover uiteen liggen als we in eerste instantie dachten. De ontmoetingsplek van de toekomst verbindt zulke werelden, zowel fysiek als digitaal. Maar hoe ontwerpen we betekenisvolle ontmoetingsplekken? Hoe verbinden we werelden en mensen? Sabine Wildevuur beschrijft of, en hoe technologie hierbij van meerwaarde kan zijn.?

Starten vanuit gezamenlijke dromen

De ontmoetingsplek van de toekomst is, meer dan ooit, een gemeenschappelijk concept. Maar hoe denk je in gemeenschappelijkheid na over de toekomst waarin we willen leven, en ontwerp je toepassingen die daaraan bijdragen? Het antwoord ligt, naar mijn idee, verscholen in de aanpak die wij bij DesignLab ontwerpen. DesignLab-wetenschapper Cristina Zaga werkt met het team aan een Responsible Futuring-aanpak, die de basis vormt voor de wijze waarop wij met belanghebbenden werken aan gezamenlijke dromen en wensen, om die te concretiseren.

Interview

De toekomst is het denken vanuit verbinding

In 2021 schrijft ingenieurs- en architectenbureau Sweco de Design Challenge uit. De ontwerpuitdaging is het bedenken van ‘dé ontmoetingsplek van de toekomst’. Dat past volgens hen perfect in ‘een tijd waarin ontmoeting, verbinding en cohesie van grote invloed zijn op het kleine en grote geluk van de stad. Een tijd waarin ruimtelijk ontwerp, sociale interactie en techniek elkaar triggeren en versterken.’ De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving en het Atelier Rijksbouwmeester spraken erover met Susan Groot Jebbink, business director gezonde en veilige stad bij Sweco.

Een business director gezonde en veilige stad, wat doet die zoal?

Bij Sweco werken we met meerdere thema’s die van invloed zijn op het ontwerpen en creëren van de toekomst. Als business director gezonde en veilige stad is het mijn taak om dit specifieke thema verder te brengen, het te incorporeren in onze advisering en samen met klanten te werken aan innovatie. Hiertoe ondernemen we veel. Maar wat mij specifiek bezighoudt, is hoe je het sociale en het welbevinden van de mens verbindt aan de techniek, het ruimtelijke ontwerp en de procesaspecten die daarbij komen kijken. De vraag die ik daarbij probeer te beantwoorden is de volgende: Hoe gaan we om met de sociale tweedeling? Hoe creëren we eenheid en verbinding, en wat betekent dat voor de invulling van het concept ‘de gezonde stad’? Wat mij betreft speelt ontmoeting daarbij een centrale rol. Dat kan dan het startpunt, maar ook het eindpunt van het ontwerpen zijn.

Kunt u daar voorbeelden bij geven?

Kijk bijvoorbeeld naar de Groene Loper in Maastricht. De snelweg liep dwars door die stad heen. Door er een tunnel van te maken – wat op zichzelf een positieve ontwikkeling is voor geluidshinder, luchtkwaliteit en doorstroming – kwam er meer ruimte vrij om na te denken over een gezonde leefomgeving voor het gebied daarbovenop. Het idee ontstond om ook de wijken langs de snelweg door de ondertunneling minder van elkaar geïsoleerd te laten zijn. De nieuwe ruimte ging werken als een maatschappelijke verbinder. Dat is gelukt, er is zelfs nieuwbouw met ontwikkeling van sociale woningen. De Groene Loper, het park boven de tunnel, is doorontwikkeld naar een gezonde en actieve buitenruimte. Dat heeft meer ruimte gecreëerd voor sport, beweging én ontmoeting. Ontmoeting was daar start- en eindpunt. Zo zijn geïsoleerde wijken via dit park weer verbonden. Een plek waar men elkaar tegenkomt tijdens het sporten.

Welke lessen kunnen we daaruit trekken voor nieuw te ontwikkelen gebieden?

Dat we verder moeten kijken dan het ‘logische’. Soms lijkt iets misschien niet logisch. Als we nu nieuwe bedrijventerreinen ontwikkelen, wordt gezondheid daarin meegenomen in termen van schone lucht, maar dat kan ook door te kijken naar sport en beweging. Ook in de woningbouwopgave liggen kansen. Bij elk fysiek project zouden we ons eigenlijk moeten afvragen hoe we er óók een gezondheidsproject van kunnen maken.

En hoe doe je dat dan? Het moet toch redenen hebben dat het nog niet gebeurt?

De voornaamste reden daarvoor is dat we te weinig nadenken over verbinding. Dan bedoel ik niet enkel de verbinding tussen het centrum van de stad en de rand van de stad, waarbij openbare ruimte vooral uitnodigend moet zijn. Waar die ruimte zich bevindt, is dan minder van belang. Maar evengoed bedoel ik de verbinding tussen beleidsdomeinen, disciplines en verschillende uitvoerders. We moeten ons constant de vraag stellen hoe we er met zijn allen voor kunnen zorgen dat de openbare ruimte en haar ontwikkeling permanent gekoppeld kan worden aan gezondheid, aan sociale verbindingen. Mensen willen wel, maar bestaande structuren en werkwijzen maken dat niet eenvoudig. Vaak beperkt zich dat dan tot 1 heel specifiek project. Terwijl de uitdagingen waar we voor staan, zeker wat betreft het sociale én het ruimtelijke, zich niet in één project laten vangen. Voor ons ligt de toekomst dan ook in het denken vanuit verbinding. Dat is wat we juist bij Sweco beogen.

Is dat niet lastig in een georganiseerd land als Nederland?

Zeer zeker! In zekere zin zou je kunnen zeggen dat we overgeorganiseerd zijn. Zo hebben we hard ingezet op een mobiliteitsstructuur. En deze werkt. Maar ze is ook ten koste gegaan van een zekere verblijfstructuur. Daarmee bedoel ik dat in 1 straat er een trambaan is, er verkeer mag rijden, we afzonderlijke fietspaden en voetgangerspaden hebben. Dat zorgt voor een goede mobiliteit. Maar waar blijven mensen even stilstaan om een praatje te maken? Waar kunnen de kinderen nog spontaan spelen? In die zin kan je stellen dat onze wens tot mobiliteit ten koste is gegaan van onze plekken om samen te zijn, onze ontmoetingsplekken. De wens om sneller in verbinding te komen met ergens ver weg heeft druk gelegd op de verbinding dichtbij. In ons kennisprogramma Urban Insight werken we met alle Sweco landen samen om dit soort uitdagingen scherp te krijgen. We delen kennis, ideeën en voorbeelden. Dit jaar staat, niet geheel toevallig, helemaal in het teken van ‘wellbeing’.

Maar die mobiliteitsgedachte en het onderliggende ruimtelijke principe, kun je dat nog wel terugdraaien?

Als je de auto niet als centrale opgave ziet, maar de mens met haar behoefte om te ontmoeten, te spelen en te bewegen, kan het anders. Kijk naar het Eiland Marken. Door het karakter van het eiland moest daardoor bij een nieuwbouwopgave anders naar de plek van de auto worden gekeken. En dat levert dan een andere structuur van het nieuwe woongebied op. Of neem de Buitenpepers in Den Bosch Noord. Een bestaande wijk waar de auto aan de randen wordt geparkeerd. Tussen de woningen is grenzend aan de voortuinen een centrale openbare ruimte die ontmoeting stimuleert en nu ook door bewoners gezamenlijk wordt vergroend. Het Akerkhof in Groningen is een voorbeeld waar groen is weggehaald ten gunste van ontmoeting. Je kan je voorstellen dat dit niet vanzelfsprekend was. Wat een donkere plek was en waar nauwelijks iemand kwam, is het nu een levendige ontmoetingsplek.

Mooi, maar daar gaat het over buren. Hoe verbind je groepen mensen, terwijl we, zoals u zegt, een sociale tweedeling ervaren?

Ik denk dat de social development goals (SDG) daarin kunnen helpen. In Kopenhagen heeft men het UN17 Village vormgegeven door alle 17 ontwikkelingsdoelen in acht te nemen. Sweco heeft hierin een belangrijke rol als adviseur gehad. Resultaat is een ecologische wijk, met gedifferentieerde woonvormen, zodat ook het woonpubliek meer divers wordt. De SDG’s lijken een abstracte kapstok, maar met bijvoorbeeld een doelstelling van 50 extra werkplekken ten aanzien van de vorige situatie, wordt daar wel een concrete indicator aan verbonden.

Dichterbij huis: in Koudum was de sloop van het verzorgingshuis aanleiding om verder te kijken dan de zorgfunctie voor ouderen. Samen met het dorp is gekeken naar functies die een meerwaarde bieden voor zowel het dorp als de ouderen. Een centrale (moes)tuin, een dierenweide, woningbouw en betere verbindingen met het dorp waren daarvan het resultaat.

Maar we moeten ook niet al te naïef zijn. Er zal altijd een spanning bestaan tussen een homogene buurt en enkelingen die zich daardoor ontheemd voelen. Dat verdient evengoed onze aandacht. Ontmoeting en in het verlengde daarvan je thuis voelen, vergt iets gemeenschappelijks, iets dat we delen. Al blijf ik geneigd om te zeggen dat ook op wijkniveau een concrete invulling van enkele SDG’s al een wereld van verschil kan betekenen voor nieuwe ontwikkelprojecten. Dus laten we dat in ieder geval doen!

Over de auteur
Interview

Ruimtelijk ontwerp en mentaal welzijn

Over hoe onze fysieke omgeving kan bijdrage aan ons mentale welzijn, maar er ook aan kan afdoen.

Hoe werkt de interactie tussen mensen en hun omgeving in het brein?

Het is fysiek onmogelijk om het geheel van de omgeving tot je te nemen; zintuiglijk kan het brein ongeveer 5 procent van de stimuli verwerken die tot je komen. De realiteit komt dus voor zo’n 5 procent binnen. Als een omgeving heel veel stimuli op je afvuurt, kun je daarin verdwalen.

Specifiek het opgroeien in stedelijke omgevingen kan maken dat je teveel betekenis gaat zien in interacties met personen en omgevingen. Dan ontstaat een hyper-meaning syndrome. Stedelijke omgevingen gaan gepaard met hoge incidentie van waanzin. Dan kunnen mensen zich ook gaan beschermen door zich terug te trekken in apathie. En kan ook het verlangen ontstaan de stad te ontvluchten.