Deelmodule 4 - Houd het gesprek gaande

In de vorige deelmodules heb je vooral toelichting gekregen over wat mensbeelden zijn en hoe je dat gesprek daarover in jullie team aan zou kunnen gaan. Daarbij is het vooral van belang oog te houden voor mensen die buiten dat mensbeeld dreigen te vallen. In deze laatste deelmodule krijg je nog wat algemene tips om je te helpen om te gaan met mensbeelden en het denken daarover verder te integreren in je dagelijkse werk.

Kunnen we zonder mensbeelden?

Naar de woorden van Rijksconsultant Anne-Marie Buis: als overheid hebben we de lenigheid en grondigheid nodig om complexe problematiek het hoofd te kunnen bieden (zie p. 284 in ‘Macht en moed. Het praktijkboek‘ onder redactie van Erik Pool). Ook bij mensbeelden is de dialoog essentieel, want er zit onlosmakelijke meerwaarde in het (h)erkennen van morele en ethische spanningen tussen de verschillende wereldbeelden en mensbeelden. Daarom is het noodzakelijk om als ambtenaren, en ook als uitvoerders, te kunnen reflecteren op onze beroepspraktijk. Zie ook deze blog voor vijf tips voor beleidsmakers over mensbeelden: Mensbeelden, wat kun je ermee? Vijf tips voor beleidsmakers.

Laten we zelfredzaamheid als voorbeeld van een mensbeeld nemen.

Zelfredzaamheid

Het idee van zelfredzaamheid is een goedbedoeld en optimistisch mensbeeld over mensen en hun dagelijkse leven. Maar wanneer dit wordt vastgelegd in regels en wetten, kan het zijn dat dit wordt gereduceerd tot één manier van zelfredzaam zijn. Dit eenzijdige beeld kan leiden tot verwachtingen over hoe burgers afspraken met de overheid nakomen. Denk aan de inlichtingenverplichtingen rondom uitkeringen of toeslagen (zie deelmodule 2). Mocht het burgers niet lukken die complexe inlichtingenverplichtingen na te komen, dan klopt het mensbeeld van een zelfredzame mens voor die persoon niet alleen niet meer, maar kunnen die persoon ook onbedoeld fouten te maken, en daar zwaar op worden afgerekend.

Als je één heel dominant mensbeeld als maatstaf wilt voorkomen, dan moet je als overheid het gesprek, de tegenmacht zo je wilt, faciliteren. Ook moet je responsief zijn. Beide zijn nodig om een eenzijdig mensbeeld te voorkomen. We gaan nu dieper in op deze twee manieren om het gesprek gaande te houden.

Eerste methode: tegenmacht organiseren

Het gesprek over het heersende mensbeeld wordt niet alleen gevoerd door beleidsmakers, maar ook vanuit uitvoerders en burgers. De mensbeelden zijn er niet alleen voor kleinere groepen mensen die in ‘extreme’ omstandigheden leven, maar ook voor de middengroepen. Burgers merken het wanneer het beleid niet op hen van toepassing is. Een risico is dat ze zich niet identificeren met het beleid en zich niet gezien voelen. Daardoor gaan die burgers mogelijk het beleid wantrouwen, en daarmee ook de intenties achter dat beleid.

Het SCP en de RVS stellen in 2022 in een gezamenlijk briefadvies over corona aan premier Rutte van januari 2022, stellen het SCP en de RVS aan de orde dat alle groepen in Nederland zich serieus genomen moeten voelen in het corona-beleid. Hieronder een citaat uit dat briefadvies:

Redeneren vanuit mensen betekent ook dat er zicht moet zijn op wat voor hén belangrijk is en wat er in de samenleving speelt. Mensen willen zich gehoord voelen en serieus worden genomen. Dat vergt van de overheid een duurzame investering in het ophalen van ervaringen en er ook daadwerkelijk iets mee doen. Burgers serieus nemen betekent ook toewerken naar gedeelde oplossingen.
De overheid heeft veel naar zich toegetrokken, maar niet alles hoeft en kan door de overheid te worden opgelost. De samenleving bestaat immers niet uit government’s little helpers, maar uit mensen.

Er is behoefte aan beleid met als basis heldere doelen en uitkomsten die we als samenleving willen nastreven en die de kwaliteit van leven van mensen centraal stellen. Alleen zo kunnen we werken aan een veerkrachtige samenleving die kan omgaan met tegenslagen zonder bevolkingsgroepen tegenover elkaar te zetten.

Het is dus belangrijk om meerdere genuanceerde verhalen en beelden te hebben, en niet alleen van de extremen. Maar hoe doe je dat? Dat betekent dat je in beeld moet krijgen wat die verhalen en beelden zijn en hoe die zich tot elkaar verhouden. Een mogelijk startpunt daarbij is het gedachtenconstruct rondom twee polen (wij-zij-denken) dat Filosoof Bart Brandsma gebruikt. Binnen een vraagstuk heb je twee polen (voor en tegen) en daaromheen bevinden zich een vijftal rollen, die gevoed worden door ‘brandstof’: dat wat de ene identiteit zegt over de andere identiteit. Daarbij draait vaak niet om rationele argumenten, maar om een gevoelsdynamiek.

Opdracht 8

Bekijk deze korte toespraak van Bart Brandsma over het begrip ‘polarisatie’. Denk na over de gesprekken over het beleid in jouw werk. Heb je voorbeelden van extremen binnen dat beleid of juist van bruggenbouwers? Wat is het gevolg van extremen of juist bruggenbouwers op het beleid?

Tweede methode: responsieve overheid in bescheidenheid

Een responsieve overheid is niet alleen een overheid die in gesprek gaat met de burgers en uitvoerders, ze doet ook echt iets met wat uit die gesprekken komt. Het belangrijkste is om voorbij wetten en regels te kijken: waar is de wet- en regelgeving voor bedoeld, en werkt de uitvoering die uitkomsten ook in de hand? Dat is niet altijd hetzelfde als de menselijke maat vooropstellen. Een risico daarvan is namelijk dat er nóg meer aannames worden gedaan. Daarom is het van belang, zoals de WRR ook stelde, om beleid te maken dat uitgaat van een realistisch, en dus divers, perspectief op wat van burgers verwacht kan worden.

Lees meer over een responsieve overheid in hoofdstuk 8 van Kwesties voor het kiezen, een reflectie van het SCP op verkiezingsprogramma’s uit 2023.

Daarbij moet er sprake zijn van principiële bescheidenheid omdat je nooit exact kunt weten hoe het er in de praktijk écht aan toe gaat en wat al dan niet werkt. Bescheidenheid is eveneens van belang, omdat in de praktijk pas ruimte is om de beelden en omstandigheden van mensen écht mee te wegen. Dat laat ook het verhaal van Cynthia zien, de onderzoeker bij het CIZ die in deelmodule 2 in een video aan het woord kwam.

De RVS heeft voor deze leermodule gesproken met uitvoerders van de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Wat opviel was dat deze uitvoerders heel consciëntieus handelen in de geest van de wet. Tegelijkertijd trekken ze zich relatief weinig aan van het discours van het mensbeeld dat eronder ligt. Maar dit vraagt wel moed van deze uitvoerders: om juist oog te houden voor wat de burger, die voor hen zit, nodig heeft. En van hun organisaties hebben zij de ruimte gekregen om te handelen op een manier die het meest betekent voor de burger waarvoor ze het werk doen.

Hoe organiseer je de responsiviteit?

Het is cruciaal dat politici en beleidsmakers ruimte geven aan de professionals om in de praktijk te handelen naar het leven en de context van de burger. Het gesprek aldaar kan aangemoedigd worden door bijvoorbeeld moreel beraden te houden met directe collega’s en collega’s uit andere mogelijk relevante domeinen.

Een andere manier om meer bewustzijn over mensbeelden van het beleid in de praktijk te verweven is door ervaringsdeskundigen in te zetten in het beleidsproces. Ervaringskennis kan vanuit de eigen organisatie komen en anders is het (ook) zinvol ervaringsdeskundigen van buiten de organisatie te betrekken. Zoals ook publicist en politicoloog Tim ‘S Jongers aangeeft: het is van wezenlijk belang om ervaringskennis in te zetten om verschillen tussen beleid en praktijk te verkleinen. Want het effect van beleid kan het beste door burgers waarvoor het beleid bedoeld is, beoordeeld worden. In een lezing uit 2022 vertelt Tim daar mooi over.

Opdracht 9

Ga met jouw groepje na hoe jullie deze responsiviteit zouden kunnen organiseren: worden die andere geluiden nu al gehoord in jullie organisatie? Waarom wel/waarom niet? Als jullie dat wel zouden willen: wie nodig je daarvoor uit?

En leidt dat dan tot voldoende tegenmacht om het beleid beter te maken?

Het doel van deze opdracht is om met elkaar te delen hoe het beleid responsiever gemaakt kan worden.

In de volgende video heeft Jet Bussemaker, voorzitter van de RVS, het over ambtelijk vakmanschap en een bepaalde lenigheid die van beleid en beleidsmakers, en ook van politici verwacht mag worden. Als laatste geeft ze ook aan dat de taal die gebruikt wordt om mensbeelden te expliciteren van belang is.

Podcast over mensbeelden

Luister naar een podcast uit de reeks De burger kan niet langer wachten van de Nationale Ombudsman. In deze podcast spreken ombudsman Reinier van Zutphen en RVS-lid Erik Dannenberg, over mensbeelden en de aannames die daar van uitgaan.

Tot slot: wat wil je vasthouden?

Je bent aan het einde van de leermodule over mensbeelden gekomen. In vier deelmodules heb je geoefend met het herkennen van mensbeelden: in jouw eigen leven, maar ook in de verhalen van anderen. Ook heb je gezien welke effecten een mensbeeld heeft op beleid, ook voor burgers die wellicht niet ín dat mensbeeld passen. En vervolgens ben je uitgedaagd om je te verplaatsen in de ander. Of dat nu de burger is, een (uitvoerend) ambtenaar of de Tweede Kamer. Het verplaatsen in de ander is een belangrijke schakel om responsief te kunnen zijn. Om van deze leermodule een blijvend effect over te houden, vragen we je samen met collega’s nog de laatste opdracht te doen.

Opdracht 10

Ga voor jezelf na welke dingen je wilt vasthouden uit de gesprekken die je tijdens de leermodule in de groep hebt gehad. Wat maakte de gevoerde gesprekken effectief? Wat kan verbeterd worden? Wat is noodzakelijk om nog te bespreken? En wat zou toekomstige gesprekken over mensbeelden in beleid ten goede kunnen komen voor jouw werk? Schrijf op wat er in je opkomt. Koppel één van de dingen die je opgeschreven hebt, terug in de groep.

Wie gun jij deze leermodule?

Stuur het door naar diegene!